Refrein:
Hoofd, schouders, knie en teen,
knie en teen.
Hoofd, schouders, knie en teen,
knie en teen.
Oren, ogen, puntje van je neus.
Hoofd, schouders, knie en teen,
knie en teen.
Je hoofd zit op je schouders.
Je knie zit aan je been.
En ergens aan je voeten.
Daar zit je grote teen.
Maar als je hand vanachter zit.
Of boven op je hoofd.
Dan ben je zo bijzonder.
Dat niemand het gelooft.
(Refrein)
Je klappert met je oren.
En ratelt met je mond.
Je praat met je handen.
En je kijkt met je kont.
Als iemand jou zo bezig ziet.
Als ik jou zo zie staan.
Dan denk ik: “Hé, maar dat is gek,
hier is iets misgegaan!”
(Refrein)
Ik zag op televisie.
Een heel erg vreemd geval.
Een man met zeven armen.
Ze zaten overal.
Iedereen kwam kijken.
Hij stond in elke krant.
Ze maakten hem meteen.
De koning van het land.
(Refrein)
Iedereen doet: Oho. Oho.
Oho. Oho.
Oh, oh, oh, oh.
Oh, oh, oh, oh.
Oh, oh, oh, oh.
Oh, oh, oh, oh.
(Refrein) (3x)